Waarom ik, Jiri Hladik, Mee met Mo ben – een boeksamenvatting met wat eigen inbreng

Mohamed Ridouani of Mo is schepen van onderwijs, leefmilieu, economie, vastgoed en personeelszaken. Hij is onze kandidaat-burgemeester. Zijn boek „Verbinden boven verdelen – Mensen zijn de oplossing, niet het probleem“ verscheen eerder dit jaar bij LannooCampus en werd eind mei in het museum M voor een volle zaal voorgesteld. Het boek vertelt zijn verhaal en onthult hoe – met jullie steun – onze toekomstige burgemeester denkt en werkt. Neem 10 minuten van uw leven de tijd om kennis te maken met Mo door mijn samenvatting te lezen. Zelden krijg je een beter inzicht in de ziel van een politicus en mens.

Na het lezen van het boek heb ik goed begrepen waarom ik Mee met Mo ben. Ik sta volledig achter zijn visie. Ze strookt met mijn identiteit en ervaring als vader van een kindje, homo, wereldburger, ecosocialist, Europeaan, Tsjech, Leuvenaar, vrijzinnige, mens met een beperking. Vanuit mijn 35ste plaats op de lijst duw ik met al mijn kracht onze schitterende kandidaten voor mij en trek die achter mij.

Ik hoop dat dit verhaal u ook overtuigt en vertrouwen geeft dat Mo zijn leven, ervaring, visie en verwezenlijkingen precies dát zijn wat onze toffe stad in een burgemeester nodig heeft. Maak dan je bolletje in de stembus bij sp.a, bij Mo, bij de 47 kandidaten op onze lijst.

Eerst een paar highlights over Leuven: in 15 jaar +15k inwoners, +15k studenten, +15k jobs, nu over de kaap van 100k met een stadsregio over half miljoen. Wereldstad in pocketformaat, stad met schwung, stad op mensenmaat. Winnaar van de European Green Leaf Award 2018. Om de ideale Europese stad te krijgen, heeft de EU 8 steden gemengd: Leuven draagt tot die mengeling bij met haar menselijk kapitaal en onderwijsaanbod. Jeugdstad van Vlaanderen 2017.

Mohamed werd in 1979 in Leuven geboren als oudste kind van 6 in een gezin van ouders die uit Marokko kwamen. Nu is hij echtgenoot van Geertrui en beide zijn ouders van twee jongens. Zijn vader Ahmed kwam op 16-jarige leeftijd in 1969 om samen met zijn broers als „gastarbeiders“ aan de opbouw van België mee te werken. Na de ramp van Marcinelle van 1956 wou Italië niet meer eigen burgers naar België sturen en een nieuwe bron van werkkrachten werd gezocht. Na het akkoord van 1964 kwamen ook daadwerkelijk tienduizenden Marokkanen naar België – onder hen Ahmed en zijn broers. Marokko, zelf vernield en verarmd door de Tweede Wereldoorlog en de onafhankelijkheidsoorlog, was ook blij om mensen van de arme, onderdrukte en vaak opstandige minderheid van de Berbers te zien vertrekken. Mo is dus niet van Arabische, maar Berberse afkomst. Berbers is zijn moedertaal. Arabisch leerde hij, raar genoeg, pas als een vreemde taal in zijn geboortestad Leuven.

Later na de komst van de mannen uit Marokko liet de Belgische staat ook hun vrouwen toe. Zo kwam Laaziza naar het land, de ma van Mo. Ze zorgde voor het gezin, zoals toen voor vrouwen sowieso gebruikelijk was. Voor veel meer had ze geen tijd, nu studeert ze Nederlands en computer op de Open School. Vader Ahmed, door velen Ben genoemd, werkte in de bouw. In die tijd zorgde ook niemand speciaal voor integratie. Deze eerste generatie moest vooral werken en ooit teruggaan. De tweede, al in België geboren generatie ging gewoon op school zonder dat deze school de bijzondere uitdagingen herkende om les te geven aan niet-Nederlandstalige kinderen van kortgeschoolde vreemdelingen.

De twaalfjarige Mo beleefde het schrik van het leven in het najaar van 1991 dat in de Zwarte Zondag uitmondde toen Vlaams Blok sterk uit de verkiezingen kwam. Ineens keerden zich zovele Vlamingen tegen hun „gasten“ die ze echter nooit echt verwelkomd hadden, ze wouden ze uit het land verdrijven. Het zette de kleine jongenskop aan tot nadenken. Mo schrijft: „Ik ben zeer gevoelig voor stigmatisering en het wegzetten van mensen of groepen van mensen. Ik verzet me daar sterk tegen omdat ik weet hoe onrechtvaardig het is; wat voor sluipend gif het is. Het is zo gemakkelijk om tweedeling en haat te zaaien. … Verbinden en bruggen slaan, proberen oplossingen te vinden die werken in plaats van de platte retoriek die verdeelt, is natuurlijk veel moeilijker.“

Nog iets want ik weet dat velen met die vraag in hun hoofd zitten, ook al geeft men het niet toe (bij mij was het zo): Mo is een moslim zoals de modale Vlaming katoliek is. Mijn enige ervaring waar ik zijn geloof waarnam was eerder dit jaar bij de iftar, het eten na zonsondergang tijdens ramadan, die de Leuvense moslimgemeenschap in De Bruul organiseerde en waar we met enkele sp.a-kandidaten zaten. Toen antwoordde hij op een vraag van iemand dat hij in de ramadan probeert te vasten. Zijn overtuiging vat hij zo samen: „Hoe meer mensen ik leer kennen, hoe meer ik zie dat we allemaal dezelfde behoeften en verlangens hebben. Au fond hebben we allemaal datzelfde ethisch kompas en willen we het zo goed mogelijk voor onszelf en voor de onzen hebben. Met wat empathie kom je een eind.“

Mo heeft een kwart eeuw nagedacht welk menselijk, democratisch en sociaal alternatief hij tegenover de verdelende haatzaaierij die hij toen als kind en tiener voelde, kon zetten. En het staat in zijn boek. Hij vond een alternatief, zijn maatschappelijke visie die uit vier pijlers bestaat:

  1. Leuvenaar zijn als een open verbindende identiteit.
  2. Grote dingen gebeuren samen. Anders gebeuren ze niet.
  3. De buurt als leefeenheid van onze samenleving.
  4. Voor iedereen.

Door zijn boek heen gaat Mo op deze elementen in – in zijn eigen leven, in zijn overtuigingen, in zijn politieke verwezenlijkingen. Daaruit komt een aantrekkelijke en overtuigende visie hoe we van Leuven een van de meest zorgzame, groene en welvarende steden maken. Wees eerlijk: welke andere kandidaat-burgemeester heeft een visie voor ons, voor onze stad? Ik licht de pijlers kort toe:

1. Leuvenaar zijn als een open verbindende identiteit.

„We zijn allemaal Leuvenaars.“

Leuvenaar-zijn als identiteit sluit geen andere uit. Ze laat toe dat mensen hun andere identiteiten open en in wederzijds respect beleven. Ze is dus ook de brug tussen de nu 171 nationaliteiten en de vele volksgroepen (zoals juist bv. Belgen met Berberse roots) in Leuven. Leuvenaar zijn is een identiteit van eigen keuze. Het is een identiteit van nabijheid en geeft geen aanleiding tot conflict.

2. “Grote dingen gebeuren samen. Anders gebeuren ze niet.”

„Na tien jaar besturen is mijn grootste les dat wat je samen droomt en daarna samen in werkelijkheid omzet, bindt. Het is krachtig, gemeenschapsvormend en duurzaam.“

Samenwerken voor een gemeen doel brengt het beste in mensen tevoorschijn, het versterkt vertrouwen, het verspreidt kennis en kunnen. Ondanks het neoliberaal verhaal van bittere concurrentie tussen mensen is het toch zo dat pas samenwerking resultaten boekt. Heel zelden is iets een one-wo/man-show. Zelfs een schilder gebruikt verf, doek en penseel die iemand anders maakte, haar vak leerde ze ook bij iemand anders.

Daaruit leidt Mo het „horizontaal bestuursmodel“ af voor zijn politieke bezigheid. Het is geen top-down waar de stad haar zin doordrukt. Het is ook niet bottom-up waar ze passief wacht totdat een impuls komt. Iedereen kan met een idee komen. Als de stad zich erachter schaart, zet ze een samenwerking op met alle belanghebbenden die hun bijdrage kunnen doen.

Leuven 2030  is een toepassing van deze gedachte. Het is een brede samenwerking van de stad, de KUL, bedrijven, verenigingen en zelfs Leuvenaars om de klimaatneutraliteit na te streven. Iedere partner levert een bijdrage op grond van zijn eigen actieplan. Na de hitte en droogte van deze zomer zie je zeker het belang in om dit voort te zetten en zelfs te versterken. Het gaat over de aarde die we aan onze kinderen doorgeven. Wist je dat het circulatieplan in Leuven-Centrum een stijging van fietsverkeer van een derde teweegbracht? Een moeilijke maar noodzakelijke en moedige keuze om van de auto naar de fiets over te stappen. Het opbergen van auto’s ondergronds geeft ook openbare ruimte terug aan mensen en aan stedelijk groen en water.

Leuven MindGate is een samenwerking om de stad onder een merk als het centrum van gezondheid, high tech en creativiteit op de wereldkaart te zetten. 400 partners doen mee – de stad, de KUL, UCLL, Groep T, IMEC, Vlaams instituut voor biotechnologie, museum M, bedrijven, VOKA en UNIZO, verenigingen en mensen. Bundeling van signalen versterkt het eindsignaal. Wie in de wereld kende Silicon Valley 50 jaar geleden? Erbij komt dat de aantrekkingskracht voor hoogopgeleide wetenschappers meteen ook banen schept voor iedereen – in horeca, handel, logistiek, catering, administratie, noem maar op. Het International House in het vroegere Comeniusgebouw (Comenius of Komenský was een moderne Tsjechische pedagoog, mijn landgenoot uit de 17de eeuw en Europese asielzoeker omwille van zijn geloof dat hij niet wou loochenen) aan de Tiensevest moet onze internationale Leuvenaars bij hun getting-settled helpen. En het Wetenschapspark Leuven Noord willen we op de spoorwegterreinen van de NMBS ontwikkelen.

Samen Onderwijs Maken of SOM is een samenwerking van de Leuvense scholen door de netten heen met de stad zelf. Het doel is om het onderwijs te verbeteren door kennisuitwisseling. Ook hier geldt dat het resultaat meer is dan de som van de onderdelen.

3. De buurt als leefeenheid van onze samenleving.

“De buurt is mijn Twitter.”

In de buurt ontmoeten mensen elkaar persoonlijk. De buurt heeft geen grenzen – ze is inclusief en open. Ze moet leefbaar, actief, veilig zijn. Ze ent in tegen haatzaaierij en tweedeling. Ze is een bouwsteen van het Leuvenaar-zijn.

In de buurt moeten ook allerlei voorzieningen aanwezig zijn: openbaar vervoer, school en kinderdagverblijf, speelplaatsen, sport en handel, stedelijk groen en water.

De buurt is ook de schaal waar problemen zich tonen en waar ze opgelost moeten worden. “Iedereen heeft de mond vol over globalisering en planetaire problemen. Dat debat is nodig, maar we moeten ook beseffen dat problemen die zich planetair voordoen, eerst lokaal opgelost moeten worden. Dat geldt voor het sociale. Dat geldt voor het economische. Maar dat geldt zeker ook voor het ecologische, onze derde poot.”

Achter het Kom op voor je wijk-aanbod van de stad staat onze andere dynamische schepen Bieke Verlinden, nummer 2 op de lijst. In feite willen we bereiken dat alle buurten leven, ook waar de samenwerking van de buren nog niet tot stand is gekomen.

Mo pleit voor een krachtig veiligheidsbeleid achter de schermen, nuchter en zonder angstzaaierij en zonder groepen te stigmatiseren. Veiligheid is de bevoegdheid van de burgemeester. „Tegenover de cultuur van de angst wil ik de cultuur van de hoop zetten.“ Leuven komt trouwens over als heel veilig uit de Stadsmonitor. Maar dat is ook het resultaat van een bewust beleid – preventie, sterk politiekorps (ook met wijkdienst en fietsteam), samenwerking tussen verschillende spelers (alweer samenwerking!), krachtige handhaving waar het moet.

4. Voor iedereen

“De vraag die ik me voortdurend stel, is eenvoudig: Wie heeft nood aan wat in onze stad?”

Straks gaat het ook om de stadsregio, de samenwerking met de gemeenten rondom, zelfs tot Aarschot, Tienen, Diest of nog verder ELAt – de Eindhoven-Leuven-Aken-triangel).

„Ik wil een samenleving waarin mensen de vrijheid hebben om te zijn wie ze willen zijn.“

“In feite is het mijn overtuiging en droom dat alle kinderen, wie ze ook zijn en wat ook hun thuissituatie is, het beter moeten kunnen hebben, vooruit kunnen gaan en erin kunnen slagen hun aspiraties waar te maken.”

“Ik ben erg overtuigd van de wilskracht van de mens.”

“De winnaar is de verliezer die niet opgeeft.”

 Ook al werd zijn sollicitatie per e-mail na amper drie minuten afgewezen als “uw profiel beantwoordt niet aan onze voorwaarden” (vaak dé hindernis van mensen met buitenlandse namen om aan hun eerste job volgens hun kwalificatie te geraken, pure onrechtvaardigheid, domheid en discriminatie door de werkgever!), gaf Mo niet op. Uiteindelijk kreeg hij een job bij Deloitte.

“In het leven moet je altijd twee ladders beklimmen: een economische en een culturele.”

Mo ziet de sociaaleconomische klassenverschillen tussen rijk/arm, hoogopgeleid of kortgeschoold en verzet zich ertegen. De sluipende apartheid noemt hij het. Het is ook hardnekkig “erfelijk”. Een veel groter aandeel aan gezinnen met migratieachtergrond zitten in de tweede groep, maar ook anderen die niet voldoende kansen krijgen. Voor twee miljoen euro extra per jaar wil Mo basisonderwijs in Leuven écht gratis maken.

Mo leerde op het Atheneum Redingenhof (toen als de enige aso’er met vreemde roots!), studeerde bedrijfsbeheer op hogeschool en later werd hij master in handelswetenschappen aan de KUL en behaalde ook een postacademische graad. Hij werkte bij Deloitte vóór zijn intrek in de politiek, bij Quick jobte hij als student. Hij beseft al te goed hoe hij dit de „duwers“ in zijn omgeving te danken heeft: zijn ouders die vooruitgang voor hun kinderen wilden bereiken, de kleuterschool waar hij Nederlands leerde, het buurtproject De Straatmus, de sportclubs, zijn mentor bij Deloitte, en tenslotte burgemeester Louis Tobback. Al die mensen steunden hem en openden horizonten die hij van zich uit misschien niet had gezien.

Het is bewezen hoe belangrijk de eerste levensjaren zijn voor het verdere leven. Daar woorden de belangrijke gedragingen aangeleerd, vertrouwen opgebouwd, belangen gewekt en attitudes gevormd. Mo citeert Frank Vandenbroucke: “de plek waar je wieg staat bepaald de rest van je carrière”. We vechten voor gelijke kansen, tegen deze onrechtvaardigheid.

Als nieuwbakken schepen van onderwijs schiep Mo het Buddy-project, intussen al tien jaar geleden. Vrijwilligers, zoals studenten of gepensioneerden, helpen jaarlijks 1000-1500 leerlingen vooruit en grijpen hen bij schoolwerk onder de armen. Ook de unief doet mee wat weer het belang van de samenwerking onderstreept.

Hij staat ook achter het project KinderKuren. De stad neemt geleidelijk het buitenschoolse kinderopvang over, in afspraak met de Leuvense scholen. In feite wordt de schoolkeuze vergroot: KinderKuren is betaalbaar en hanteert vrij uitgebreide opvanguren. Zo kunnen ouders de school voor hun kinderen kiezen omwille van de school zelf en niet omdat de opvanguren met hun werkuren en logistiek verzoenbaar zijn. Daarbovenop houdt KinderKuren allerlei leuke vrijetijdsactiviteiten voor kinderen in wat alweer de opvoeding bevordert.

Er woekert nog onkruid op het plekje grond aan het einde van de Vaartstraat. Maar de secundaire school Stroom, die er komt, is al volzet met inschrijvingen. Deze school, het initiatief van de stad en het Vrije Net, heeft STEAM-vakken als focus: wetenschap, technologie, ingenieurswetenschappen, kunst en wiskunde. Een LeerMaakPlek om STEAM, creativiteit en ondernemerschap te bevorderen moet ook in de Molens van Orshoven komen.

De inzet voor betaalbaar wonen toont aan hoe hij een stad voor iedereen wil maken: renovatie van bestaande en bouw van nieuwe sociale appartementen, financiële steun aan gezinnen op de wachtlijst, starters- en budgetwoningen, bouw van appartementen, ontkoting van woningen door bouw van studentenresidenties, innovatieve woonvormen als community land trust, co-housing of kangoeroe- of hamsterwonen, grond houden en verwerven. Uiteraard moeten we, willen we en zullen we meer doen. Maar de hoge prijzen zijn ook een teken van succes: er is grote vraag naar huisvesting vanuit buiten, er wordt gebouwd, gekocht, gehuurd, gewoond.

Eindwoord Mo

„Ik weiger te geloven dat de volgende generatie het moeilijker zal hebben. Dat kunnen we vermijden als we durven vernieuwen, durven verbinden en inzetten op het versterken van mensen die hun dromen willen waarmaken.“